Privacy Instellingen
Cookies:
Om deze website te verbeteren maken we gebruik van (anonieme) cookies. Bekijk ons privacy statement voor meer informatie
Privacy Instellingen

Het begin van Internet was eenvoudig. Je typte een adres ( URL = Uniform Resource Locator) in en je kreeg een bestand met teksten en links. Men ontdekte dat er soms iets fout ging. Een slimme IT-er vond server error logs uit. Hierin werd alle informatie over een hit opgeslagen. Een hit was het verzoek voor één bestand. Niet alleen het aantal hits[1] werden opgeslagen, ook de bestandsnaam, tijd, referrer ( website/ webpage waar het verzoek vandaan kwam), IP adres, browser enz.

Toen de log files uitgebreider werden kregen ook niet-IT-ers belangstelling voor de cijfers. Vooral marketing zag wel wat in deze gegevens. Al snel kwamen er allerlei bedrijven die webstatistieken aanboden met mooie grafische vertalingen van de getallen.
logfile   logfile2
Probleem bij het gebruik van logfiles was dat deze niet altijd betrouwbaar waren:

  1. De aanvragen die afgehandeld werden door page caching op de ISP werden niet geteld.[2]
  2. Zoekmachines gebruiken robots of spiders om webpagina’s te indexeren. Deze worden op logfiles als gewone bezoekers geteld, mits ze door IT uitgefilterd worden. Het probleem is dat niet alle robots duidelijk herkenbaar. Dit gebeurt zijn om manipulatie van de  ranking te voorkomen.
  3. Veel gebruikers hebben een dynamisch IP adres van een proxy server dat zij krijgen van hun ISP. Het meten van unieke en terugkerende bezoekers wordt hierdoor zeer onnauwkeurig. Ook gebruikers die via hetzelfde bedrijfs IP adres komen worden als één persoon gezien.

Stuk code toegevoegd

De problemen met server logfiles werden opgelost door  JavaScript op de webpagina’s te gebruiken. Op elke pagina wordt een stukje code toegevoegd.

<script type=”text/javascript”>

var gaJsHost = ((“https:” == document.location.protocol) ? “https://ssl.” : “http://www.”);

document.write(unescape(“%3Cscript src='” + gaJsHost + “google-analytics.com/ga.js’ type=’text/javascript’%3E%3C/script%3E”));

</script>

<script type=”text/javascript”>

var pageTracker = _gat._getTracker(“UA-3928169-1”);

pageTracker._initData();

pageTracker._trackPageview();

</script>

GA 1

Niet alleen werden de bovenstaande problemen opgelost, maar webstatistiek kreeg een extra dimensie: men kon door aanvullingen op de code te maken meer meten. Clickstream data is hiervan een belangrijk voorbeeld. Met clickstream data kan men het klikgedrag van de bezoekers op  de website volgen. (Webtrends, Omniture, Clicktracks en Google analytics)

 

 

 

analytics 2

Op dit moment denken veel mensen dat clickstream data gelijk staat aan web analyse. Dit is niet het geval.

Tools om de website te meten

Grote aanbieders als Omniture, Nedstat, Webtreds, Clicktracks leverden de “tools” om de website te meten.  Google analytics heeft gezorgd voor een grote toegankelijkheid. Data die voordien alleen door de grote aanbieders voor vele duizenden euro’s per jaar werd aangeboden kwam in één klap gratis ter beschikking. Ook kleinere bedrijven kunnen nu profiteren van de inzichten die deze data kan bevatten. Voorwaarde is wel dat men ook daadwerkelijk iets met deze data doet.
De grote aanbieders richten zich daarom vooral op maatwerk voor specifieke bedrijven. Hier hangen ook de nodige prijskaartjes aan. Maar een bedrijf kan dit terugverdienen doordat zij gerichter investeren en daardoor betere ROI kunnen behalen.

Tot een aantal jaren geleden hadden bedrijven een website omdat dat nu eenmaal zo hoorde.  Op dit moment zie je dit nog vaak bij veel MKB bedrijven. Zij hebben een ”hebsite” in plaats van een “website”.
Maar ook bij bedrijven die hun internet marketing zeer serieus nemen moet ook hier “verantwoording afgelegd”  worden,  net zoals dit voor de andere kanalen geldt. (zoals tv, radio, drukwerk, telefonische verkoop enz.) Hoeveel draagt de website bij aan het bedrijfsbelang.

hippoMarketing kan het geld maar één keer uitgeven en directies van bedrijven willen hiervoor een zo hoog mogelijk rendement. Verantwoording afleggen betekent ook dat resultaten meetbaar moeten zijn. Er wordt dus meer geëist van de gegevens. Maar alle software tools verzamelen alleen gegevens. Ze vertellen je niet wat je moet doen om een hoger rendement te krijgen. Een probleem hierbij is dat alle tools inmiddels  zoveel gegevens verzamelen dat je er honderden rapporten uit kunt laten komen. In veel bedrijven geldt de wet van de Hippo.  (Highest paid person’s opinion)
Door een goede analyse op de data los te laten kun je betere beslissingen nemen.

Webstatistiek

Webstatistiek is slechts het begin.  Je begint met het verzamelen van de benodigde data. Zonder een goede webanalyse kun je nog steeds niets met de grote hoeveelheid aan gegevens. Hier komen de webanalysten om de hoek kijken. Zij analyseren de gegevens die verzameld zijn en vertalen deze naar acties die het rendement moeten verhogen.
Op dit moment wordt er internationaal gesproken over de 10-90 norm. Dat betekent 10 % van het budget uitgeven aan meten (software/ tools) en 90 % aan webanalyse ( mensen).

In Nederland zijn de grote bedrijven ( webshops, uitgevers en banken) al begonnen om de omslag te maken van webstatistiek naar webanalyse. Het MKB blijft nog achter maar zal naar verwachting wel volgen om bij te kunnen blijven.
Dat webanalyse nog een jong vak is blijkt wel uit het feit dat de Nederlandse afdeling van de WAA ( Web Analyst Association) pas in 2007 is opgericht. Maar ook wereldwijd staat dit vak nog in de kinderschoenen.
 

[1]    Hit: het opvragen van één bestand. Vroeger bestond een webpagina uit maar één tekstbestand. Nu bestaat een website uit vele tekst- en beeldbestanden. Het meten van hits heeft dan ook al heel lang geen zin meer.

[2]    Om veel gevraagde pagina’s sneller te kunnen aanbieden bewaarden veel Internet Service Providers ( ISPs) deze op de eigen server in de cache.